Lange tijd dachten we dat matchfixing, het beïnvloeden van een wedstrijd om met weddenschappen geld te winnen, alleen voorkwam in obscure sportcompetities in Azië en de lagere competities van Oost-Europa. Helaas is inmiddels duidelijk dat ook de sport in het Westen, waaronder Nederland, niet immuun is voor matchfixing. Dit is wat we tot nu toe weten over matchfixing.

Wat is matchfixing?

Matchfixing, oftewel wedstrijdvervalsing, is het bewust manipuleren van een wedstrijd in het voordeel van een specifieke partij. Soms heeft dit sportieve redenen, bijvoorbeeld het voorkomen van degradatie van de tegenpartij of juist het verzekeren van een kampioenschap. Vaak ligt de reden echter elders, namelijk veel geld verdienen.

Gokbendes, vaak vanuit Azië, zetten grote sommen geld in op zeer specifieke uitslagen. Vervolgens is het aan de spelers om de wedstrijd dusdanig te beïnvloeden dat deze uitslag ook daadwerkelijk plaatsvindt. Als beloning ontvangen betrokken spelers vaak tienduizenden euro’s. Zeker voor de kleinere sporters is dit erg aanlokkelijk om aan te nemen.

Matchfixing in Nederland

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWZ) concludeerde in 2013 dat matchfixing vrijwel zeker in Nederland voorkomt, zij het op kleine schaal. Specifieke gevallen werden er niet genoemd. Wel werd duidelijk dat in elk geval 4% van de geïnterviewde topsporters op een bepaald moment is benaderd door een matchfixer. Dit gebeurde in verschillende sporten, waaronder tennis en voetbal. Wedstrijden zijn verdacht wanneer veel gokkers inzetten op een specifieke, ongewone uitslag van de wedstrijd.

In de afgelopen jaren zijn er enkele verdachte wedstrijden opgedoken. Zo kwam de Nederlandse tennisbond KNLTB begin 2016 met drie verdachte tenniswedstrijden, waaronder één van toptennisser Thiemo de Bakker. Hoewel al vrij snel duidelijk werd dat bij deze wedstrijd geen matchfixing had plaatsgevonden, bleven andere wedstrijden nog wel verdacht.

Matchfixing in het voetbal

Zelfs op het professionele niveau van de grootste sport van Nederland, voetbal, blijkt er een geval van matchfixing te zijn. Voormalig Willem II-speler Ibrahim Kargbo zou de wedstrijd tussen de Tilburgse club en FC Utrecht in 2009 hebben beïnvloed in samenwerking met enkele teamgenoten. FC Utrecht zou de wedstrijd met een specifiek verschil hebben moeten winnen, wat echter niet lukte met de 0-1 uitslag. Na onderzoek van de KNVB kon met grote zekerheid worden vastgesteld dat de uitslag inderdaad beïnvloedt was.

Naast deze wedstrijd lijkt ook een benefietwedstrijd tussen Willem II en Sierra Leone beïnvloedt te zijn. Sterker nog, deze wedstrijd lijkt uitsluitend georganiseerd te zijn om vervolgens de uitslag te beïnvloeden voor een goksyndicaat. Ook hier is Ibrahim Kargbo een hoofdverdachte.

Ook in de Nederlandse Eerste Divisie zijn er sterke vermoedens van matchfixing, specifiek in de periode tussen 2008 en 2009. De Nederlanders Daniël van ‘t H., Vincent de W. en Paul R. zijn hiervoor verdachten, samen met enkele buitenlandse collega’s. Bij het matchfixen zouden Duitse voetballers betrokken zijn geweest. De meeste verdachten zijn inmiddels in Duitsland veroordeeld.

Matchfixing in de toekomst

Matchfixing is enorm lucratief voor de goksyndicaten die zich hiermee bezighouden. Tegelijkertijd wordt het voor hen steeds lastiger om wedstrijden te fixen, zeker nu instanties met een vergrootglas naar iedere professionele sportwedstrijd kijken. Het lijkt er echter op dat het nooit mogelijk zal zijn om matchfixing volledig uit te bannen. In veel gevallen kunnen sterke vermoedens nooit volledig hard gemaakt worden.

Het is vrijwel onmogelijk om aan te tonen dat een speler expres fouten maakt in een wedstrijd, waardoor alleen communicatie tussen fixers en sporters overblijft als mogelijke bewijslast. Dit weten de fixers echter ook, waardoor communicatie vaak zeer sterk versleuteld plaatsvindt of simpelweg buiten de digitale paden. Dit maakt het lastig voor instanties om onomstotelijk aan te tonen dat er matchfixing heeft plaatsgevonden.